De hersenscan die 'bewijst' dat trans vrouwen anders zijn geboren: kritiek op een veelgeciteerde studie
Een veelgeciteerde studie claimt dat het brein van transvrouwen al voor transitie richting hun genderidentiteit 'afwijkt'. Een peer review uit 2026 legt methodologische gebreken bloot, en critici wachtten maanden op de ruwe data.

Wat de studie beweerde
In 2022 publiceerde een onderzoeksgroep rond Florian Kurth in het Journal of Clinical Medicine een studie onder de titel "Brain Sex in Transgender Women Is Shifted towards Gender Identity". De onderzoekers scanden drie groepen van elk 24 personen — transvrouwen vóór hormoonbehandeling, cisgender mannen en cisgender vrouwen — met MRI en construeerden een "Brain Sex Index". Een classifier schatte voor elke scan hoe waarschijnlijk het was dat het brein mannelijk of vrouwelijk was; bij cisgender hersenen deelde hij met 88 tot 90 procent nauwkeurigheid goed in. De hersenen van de transvrouwen lagen tussen die van cismannen en cisvrouwen, nog altijd dichter bij die van cismannen (bron). De onderzoekers concludeerden dat het brein van een transvrouw zou al vóór enige medische behandeling "verschoven" zijn richting de vrouwelijke identiteit, alsof dat het biologische bewijs leverde voor de kernclaim dat genderidentiteit een aangeboren, neurologisch gegeven is.
Het uitblijven van de data
Wetenschapsjournalist Arnout Jaspers beschreef op Wynia's Week (26 september 2026) hoe critici van de studie om de geanonimiseerde ruwe MRI-data vroegen, om de transvrouwen naar seksuele oriëntatie apart te kunnen analyseren. De studie zegt dat de data op verzoek beschikbaar zijn, maar volgens Jaspers negeerde corresponderend auteur Florian Kurth die verzoeken maandenlang. Voor een claim die als neurologisch "bewijs" wordt gepresenteerd voor een van de meest omstreden aannames in het genderdebat, is dat geen bijzaak. Open data en reproduceerbaarheid zijn de kern van wetenschappelijke integriteit; wie dat nalaat, onttrekt zijn conclusies aan controle op het moment dat die conclusies maatschappelijk het zwaarst wegen.
Wat de peer review blootlegt
Die controle kwam er alsnog, via een onafhankelijke peer review in het tijdschrift Theory and Society (2026). De auteurs daarvan ontleden de oorspronkelijke studie en vinden een lijst methodologische problemen die stuk voor stuk de kans op een vals-positieve uitkomst vergroten: een zeer kleine steekproef van 24 personen per groep, een zwak onderbouwde keuze voor parametrische toetsen, eenzijdige ("one-tailed") post-hoc-toetsen, geen correctie voor multipel testen en beperkte robuustheidscontrole. Opvallender nog: de onderzoekers beschikten over gegevens over de seksuele oriëntatie van hun deelnemers, een bekende confounder bij neuro-imaging-onderzoek naar sekseverschillen, maar hielden daar volgens de auteurs in de analyse niet goed rekening mee.
Met andere woorden: een kleine studie met keuzes die volgens de critici consequent de kans op kleine p-waarden vergroten. Dat is geen robuust bewijs voor een neurologische basis van genderidentiteit. Het is een voorbeeld van hoe zwak, methodologisch kwetsbaar onderzoek een eigen leven gaat leiden zodra het het gewenste narratief bevestigt.
Een bekend patroon
Dit patroon is op deze site al vaker beschreven: bij de bewijsbasis voor puberteitsremmers bleek eerder al dat methodologisch zwakke studies als "bewijs" worden gepresenteerd zodra ze een gewenste conclusie ondersteunen. De "Brain Sex"-claim voedt op zijn beurt de stelling die op deze site is ontleed onder "Het is geen keuze, dit is wie ik ben" – de standaardleugen: als het brein van een transvrouw al voor de transitie "vrouwelijk" zou zijn, dan is genderidentiteit geen sociale of psychologische kwestie meer, maar een biologisch feit dat buiten discussie staat. Zwak bewijs wordt zo ingezet om een debat te sluiten in plaats van te voeden.
Wat feitelijk overeind blijft
Na de peer review van 2026 blijft er van de oorspronkelijke claim weinig staan. Deze studie laat niet zien dat het brein van transvrouwen vóór behandeling neurologisch "vrouwelijk" is: de hersenen lagen nog altijd dichter bij die van cismannen (bron). Er is wel een gepubliceerde studie met een te kleine steekproef, twijfelachtige statistische keuzes, een niet goed verwerkte confounder en een corresponderend auteur die volgens Jaspers maandenlang niet reageerde op verzoeken om de data. Zolang dat zo blijft, is "de wetenschap toont aan dat transgender personen zo geboren zijn" geen samenvatting van bewijs, maar een claim die vooruitloopt op bewijs dat er niet is.