Cultuur

De weggeduwde erotische onderstroom van de vroege transgendercommunity

Een genderkritische blik op The TV-TS Tapestry en de Texas "T" Party.

Archieffoto uit de jaren negentig van twee bezoeksters van een crossdresser-bijeenkomst

Door Redactie Genderideologie

·

20 september 2026

In de huidige mainstreamvertelling wordt de transgenderbeweging voorgesteld als een lange strijd van mensen met een aangeboren, authentieke genderidentiteit tegen een pathologiserende medische en psychiatrische wereld. Historische bronnen uit de jaren negentig laten een complexer en minder heroïsch beeld zien. In publicaties als The TV-TS Tapestry en rondom evenementen als de Texas "T" Party bestonden twee stromingen naast elkaar: een serieuze community- en identiteitsgerichte lijn, én een duidelijk erotische/fetisjistische component, vooral bij mannelijke crossdressers. Die realiteit wordt vandaag vaak weggelaten of herzien.

Twee stromingen in één blad

The TV-TS Tapestry (later Transgender Tapestry), uitgegeven door de International Foundation for Gender Education (IFGE), presenteerde zich nadrukkelijk als serieuze community-publicatie. In issue 70 (winter 1995) staat expliciet in de redactionele policies:

"Sexually oriented organizations and services do provide a service and will be supported. However, the Tapestry Journal is non-sexual in nature. Sexually explicit ads, photos, or articles may not be accepted for publication."

Artikelen gingen over coming-out, relaties, medische zorg, juridische kwesties, zelfrespect, communitygeschiedenis en evenementen. De redactie probeerde een respectabel imago neer te zetten en maakte onderscheid tussen "echte" genderdysforie/transseksualiteit en "gewoon" crossdressen.

Tegelijk was er een duidelijke erotische onderstroom. Die zat vooral in de uitgebreide personal listings en in een deel van de persoonlijke verhalen. Veel (hetero) mannelijke crossdressers beschreven of zochten contact met een erotische of seksuele lading rond het crossdressen zelf. Dat was binnen de community destijds geen geheim, ook al moest het netjes blijven vanwege de redactionele regels. De grenzen tussen identiteit en fetisj liepen in de praktijk vaak door elkaar; veel mensen hadden een mengeling van beide.

Dit was voor dit genre in de jaren negentig normaal. De community probeerde zich tegelijk serieus en "niet-seksueel" te presenteren, terwijl de erotische dimensie bij een groot deel van de mannelijke deelnemers gewoon aanwezig bleef.

De Texas "T" Party en de demedicaliseringsmythe

De Texas "T" Party, georganiseerd door de Boulton and Park Society (Linda en Cynthia Phillips) vanaf 1988, was primair een groot jaarlijks sociaal evenement voor crossdressers. Het begon als een weekend waarin deelnemers en femme konden zijn in een hotel en groeide uit tot een van de grootste bijeenkomsten van zijn soort in de Verenigde Staten. Er waren workshops, vendors, partnerprogramma's en netwerkmogelijkheden.

Boulton and Park voerde ook gedetailleerde non-klinische enquêtes uit onder bezoekers. Die data werden later gepresenteerd in de proceedings van de International Conference on Transgender Law and Employment Policy (ICTLEP). ICTLEP, opgericht door Phyllis Randolph Frye, werd actief gepromoot op de Texas T Party en kreeg steun van de Phillipses. In 1993 publiceerde ICTLEP de "Health Law Standards of Care for Transsexualism", die stelde dat transseksualisme op zich geen medische ziekte of mentale stoornis is en een meer informed-consent-achtige benadering bepleitte.

Deze feiten worden soms opgeblazen tot een verhaal waarin de Texas T Party een "massieve indirecte rol" speelde in het demedicaliseren van transgenderidentiteit en het dwingen van de APA tot DSM-wijzigingen. Dat is overdreven. Community-evenementen en peer-research droegen bij aan culturele druk, maar de DSM-veranderingen (van Gender Identity Disorder naar Gender Dysphoria in DSM-5) waren het resultaat van decennia van onderzoek, activisme van meerdere organisaties en bredere psychiatrische verschuivingen. Eén regionaal sociaal evenement was daar geen doorslaggevende oorzaak van.

Waarom dit relevant is

De historische bronnen tonen dat de vroege community al worstelde met de spanning tussen serieuze identiteitsclaims en erotische/fetisjistische drijfveren bij mannelijke crossdressers. Die spanning is niet verdwenen. Genderkritische analyses wijzen erop dat een substantieel deel van de mannelijke "transgender"-populatie (vooral late-onset) kenmerken vertoont die beter passen bij autogynefilie of andere erotische motieven dan bij een pure, aangeboren genderidentiteit — zo die al bestaat. Het wegmoffelen van die historische realiteit ten gunste van een zuiver identiteitsnarratief maakt open discussie over oorzaken, comorbiditeit en medische voorzichtigheid moeilijker.

Dat laatste voorbehoud is meer dan een terzijde. "Genderidentiteit" is een begrip dat in ontwikkelingspsychologische theorieën niet voorkomt: elk menselijk gedrags- of identiteitsprobleem is uitstekend te beschrijven zonder dit concept, wat het volgens het scheermes van Ockham overbodig maakt. Critici wijzen er bovendien op dat het begrip vaak een weerspiegeling is van ouderwetse seksestereotypen, dat het een focuspunt kan worden voor allerlei onvrede die inhoudelijk niets met gender te maken heeft, en dat het samengaat met een geloof in de minority stress theory — waardoor uiteenlopende psychische klachten stelselmatig worden toegeschreven aan het niet-geaccepteerd-zijn van die genderidentiteit, in plaats van aan onderliggende problematiek.

De Tapestry-nummers en de documentatie rond de Texas T Party zijn geen bewijs van een samenzwering. Ze zijn wel bewijs dat de community destijds zelf al wist dat de grenzen vaag waren — en dat een deel van de activiteit een erotische kern had die men liever niet te expliciet op de voorgrond plaatste.

Bronnen