Instituties

Geen 'juf' of 'meester' meer: Zoersel voert genderneutrale aanspreekvorm in voor kleuters

Een gemeentelijke basisschool in het Vlaamse Zoersel verplicht kleuters een non-binaire leerkracht alleen bij de voornaam aan te spreken, nooit met 'juf' of 'meester'. De school beroept zich op antidiscriminatiewetgeving — maar die wet schrijft dat beleid nergens voor.

Geen 'juf' of 'meester' meer: Zoersel voert genderneutrale aanspreekvorm in voor kleuters

Op de gemeentelijke basisschool Beuk & Noot in Zoersel begon dit schooljaar een non-binaire kleuterleerkracht. De directie besloot dat deze leerkracht niet met "juf" of "meester" mag worden aangesproken, maar uitsluitend bij de voornaam. Ouders van de klas kregen daarover vooraf een mededeling, met het verzoek hun kind dienovereenkomstig te instrueren.

Het argument van de school

De school onderbouwt de keuze met een beroep op wetgeving: "Gender mag daarbij geen rol spelen, zo volgt uit de antidiscriminatiewetgeving", aldus de directie tegenover VRT NWS. Schepen Liesbeth Verstreken (N-VA) bevestigde dat de directie de ouders had geïnformeerd en gevraagd om mee te werken.

Vlaams Belang-afdelingsvoorzitter Wouter Bollansée noemde het onaanvaardbaar dat "kleuters van 4 à 5 jaar niet meer juf mogen zeggen op een gemeenteschool". Parlementslid Britt Huybrechts stelde dat kleuters zouden moeten spelen, rennen en leren tellen en lezen, niet fungeren als "micro-ambassadeurs van een gendertheorie die zelfs veel volwassenen niet begrijpen". Pedagoge Eva Dierickx verdedigde de school: kinderen worden toch al geconfronteerd met verschillen tussen mensen, en het is de taak van een school hen daar respectvol mee te leren omgaan.

Waarom dit een institutionele kwestie is

Van persoonlijke wens naar verplicht beleid

Het gaat hier niet om een leerkracht die vraagt zelf op een bepaalde manier aangesproken te worden — dat is een persoonlijke voorkeur. Het gaat om een gemeentelijke school die dat verzoek omzet in een instructie aan alle ouders van een kleuterklas, met als argument dat het niet-naleven ervan discriminatie zou zijn. Dat is een sprong van "deze persoon heeft een voorkeur" naar "dit is verplicht beleid, gedekt door de wet", en de school maakt dat onderscheid nergens expliciet.

Het beroep op de wet is opgerekt

Antidiscriminatiewetgeving verbiedt dat iemand wordt achtergesteld op basis van genderidentiteit. Zij verplicht niemand om een functieaanduiding als "juf" of "meester" — een neutrale beroepsaanduiding, geen belediging — categorisch te schrappen voor kleuters van vier en vijf jaar. Door het eigen beleid te presenteren als rechtstreeks gevolg van de wet, ontneemt de school ouders het argument dat hier een keuze is gemaakt, geen wettelijke plicht. Wie tegen het beleid ingaat, staat zo te boek als wetsovertreder, niet als iemand met een andere, evengoed legitieme opvatting.

Kleuters als drager van een volwassenendebat

"Juf" en "meester" zijn voor kleuters geen genderpolitieke termen: het zijn de woorden waarmee zij weten dat er een volwassene voor de klas staat op wie ze kunnen terugvallen. Een school die deze woorden voor een hele klas afschaft omdat een individuele leerkracht daar ideologische bezwaren tegen heeft, legt een debat over genderidentiteit bij kinderen neer die er niets van kunnen overzien — en dat zonder ouderraadpleging: zij werden geïnformeerd, niet geraadpleegd.

Geen onderbouwing, wel aannemelijkheid

Pedagoge Dierickx wijst terecht op het belang van respectvol omgaan met verschillen. Maar daarmee is niet aangetoond dat het schrappen van "juf" en "meester" bij vierjarigen pedagogisch zinvol of noodzakelijk is. Er wordt geen onderzoek aangehaald dat dit onderbouwt. De redenering blijft aannemelijkheid, geen bewijs — een instelling presenteert een ideologisch gemotiveerde keuze als vanzelfsprekende, wettelijk gedekte noodzaak.

Dit stuk richt zich niet tegen de leerkracht als persoon — diens identiteit is niet het onderwerp. Het gaat om hoe een publieke instelling een individuele wens omzet in verplicht beleid voor kinderen die te jong zijn om daarover mee te kunnen denken, en dat beleid verpakt als een kwestie van wet in plaats van keuze.